limiteert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·mi·teert

Werkwoord

vervoeging van
limiteren

limiteert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van limiteren
    • Jij limiteert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van limiteren
    • Hij limiteert. 
  3. (verouderd) gebiedende wijs meervoud van limiteren
    • Limiteert!