limiteerde

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·mi·teer·de

Werkwoord

vervoeging van
limiteren

limiteerde

  1. enkelvoud verleden tijd van limiteren
    • Ik limiteerde. 
    • Jij limiteerde. 
    • Hij, zij, het limiteerde.