lilliputachtig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lil·li·put·ach·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lilliputachtig lilliputachtiger lilliputachtigst
verbogen lilliputachtige lilliputachtigere lilliputachtigste
partitief lilliputachtigs lilliputachtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

lilliputachtig

  1. gelijkend op, of eigenschappen hebbend van de bewoners van Lilliput (de lilliputters)
    • Hoewel zij wel klein was kon je haar toch zeker niet lilliputachtig noemen. 
Synoniemen

Gangbaarheid