lil

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lil

Werkwoord

vervoeging van
lillen

lil

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lillen
    • Ik lil. 
  2. gebiedende wijs van lillen
    • Lil! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lillen
    • Lil je? 

Gangbaarheid

28 % van de Nederlanders;
33 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be


Tsjechisch

Uitspraak
Woordafbreking
  • lil

Werkwoord

lil

  1. mannelijk derde persoon enkelvoud verleden tijd van het imperfectieve werkwoord lít
  2. mannelijk enkelvoud actief deelwoord van het imperfectieve werkwoord lít