lijnen
Uiterlijk
- lij·nen
- In de betekenis van ‘vermageren’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1976 [1]
| stamtijd | ||
|---|---|---|
| onbepaalde wijs |
verleden tijd |
voltooid deelwoord |
| lijnen |
lijnde |
gelijnd |
| zwak -d | volledig | |
lijnen
- inergatief een dieet volgen om een mooier figuur te krijgen
- Ook veel meisjes met een normaal gewicht lijnen ongezond.
de lijnen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lijn
- ▸ Zijn ogen flitsten eroverheen, alsof de kleuren, de compositie en de lijnen hem iets konden vertellen.[2]
- ▸ Uiteindelijk wisten naar schatting 300.000 voetballiefhebbers het stadion binnen te dringen, wat het beroemde tafereel opleverde dat een politieagent te paard probeerde de massa achter de lijnen van het veld te dwingen om de wedstrijd te kunnen laten beginnen.[3]
- Het woord lijnen staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "lijnen" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[4] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑ "lijnen" in: Sijs, Nicoline van der, Chronologisch woordenboek. De ouderdom en herkomst van onze woorden en betekenissen, 2e druk, Amsterdam / Antwerpen: Veen, 2002; op website dbnl.org; ISBN 90 204 2045 3
- ↑ Jessie Burton vert. Marja Borg“De muze” (2017), Luitingh-Sijthoff
, ISBN 9789024574704 - ↑ Onno van Nijf“Sportgeschiedenis” (2021), Athenaeum - Polak & Van Gennep
, ISBN 9789025312275 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 6
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 2 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Zwak werkwoord (-d) in het Nederlands
- Werkwoord in het Nederlands
- Niet-samengesteld werkwoord in het Nederlands
- Inergatief werkwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %