lijnde af

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijn·de af

Werkwoord

vervoeging van
aflijnen

lijnde af

  1. enkelvoud verleden tijd van aflijnen
    • Ik lijnde af. 
    • Jij lijnde af. 
    • Hij, zij, het lijnde af.