lijmden
Uiterlijk
- lijm·den
| vervoeging van |
|---|
| lijmen |
lijmden
- meervoud verleden tijd van lijmen
- Wij lijmden.
- Jullie lijmden.
- Zij lijmden.
- Wij lijmden.
- Het woord lijmden staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| vervoeging van |
|---|
| lijmen |
lijmden