lijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lijd

Werkwoord

vervoeging van
lijden

lijd

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijden
    • Ik lijd. 
  2. gebiedende wijs van lijden
    • Lijd! 
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lijden
    • Lijd je?