lieve

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lie·ve

Bijvoeglijk naamwoord

lieve

  1. verbogen vorm van de stellende trap van lief


Limburgs

Uitspraak
  • IPA: /ˈliːvɐ/ (Etsbergs)
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lieve
leef
geleve
klasse 1 volledig

Werkwoord

lieve

  1. bekrachtigen
    «'d Verdraag woort geleve
    Het verdrag werd bekrachtigd.