liefst

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • liefst

Bijvoeglijk naamwoord

liefst

  1. onverbogen vorm van de overtreffende trap van lief
    • "Wie van deze kinderen was het liefst en wie het stoutst?" vroeg Sinterklaas. 

Bijwoord

  1. benadrukkend, verbazing uitdrukkend (over een groot getal)
    • Hij ging liefst drie maal in de week naar het zwembad. 
    • Het huis heeft maar liefst vier badkamers. 
    • Ons elftal won met liefst 8-1. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.