lidmaatschap

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lid·maat·schap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lidmaatschap lidmaatschappen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lidmaatschap o

  1. de status van iemand als lid van een organisatie
    • Het lidmaatschap van deze vereniging is beperkt tot moedertaalsprekers van het Cherokee. 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl