lichtmis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·mis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichtmis lichtmissen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lichtmis m [1]

  1. iemand die het leven niet al te serieus neemt
    • Van Lennep gebruikt woorden en uitdrukkingen die je nog maar zelden tegenkomt. Een flauwe grap noemt hij een laffe ui. Een zekere Van Vessem wordt door hem een platluis en een doortrapte lichtmis genoemd. Een platluis is een ‘armoedzaaier’; lichtmis is een verouderd woord voor onder meer ‘losbol, iemand die zich aan uitspattingen overgeeft’. [2] 
  2. 2 februari, katholieke feestdag Maria-Lichtmis
    • et is vandaag 2 februari, traditioneel Maria-Lichtmis. Op deze dag eten heel wat gezinnen pannenkoeken. Een traditioneel recept is altijd een schot in de roos, maar u kunt ook boekweitpannenkoeken of een vegan versie op tafel toveren. [3] 
    • Het lustrum wordt gevierd op Lichtmis, 2 februari. Zangeres Jasmine Vermassen brengt vanaf 21 uur een keuze uit haar repertoire. De dochter van advocaat Jef Vermassen heeft inmiddels al heel wat optredens achter de rug. [4] 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
97 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen