lichting

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lich·ting
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichting lichtingen
verkleinwoord lichtinkje lichtinkjes

Zelfstandig naamwoord

lichting v [1]

  1. groep mensen die tegelijkertijd wordt opgeroepen voor iets, m.n. de militaire dienst
    Hij hoorde tot de lichting 1950-2
  2. het leegmaken van een brievenbus op straat
    De volgende lichting is om 18.00 uur
Verwante begrippen
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Verwijzingen
  1. Woordenboek der Nederlandse taal