lichtgelovig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·ge·lo·vig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen lichtgelovig lichtgeloviger lichtgelovigst
verbogen lichtgelovige lichtgelovigere lichtgelovigste
partitief lichtgelovigs lichtgelovigers -

Bijvoeglijk naamwoord

lichtgelovig

  1. van een persoon dat hij makkelijk voor de mal te houden is omdat hij alles gelooft wat hem gezegd wordt
    • De lichtgelovige man trapte in ieder verhaaltje van de winkelier en kocht daardoor allerlei nutteloze dingen. 

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.