lichtbundel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

baby in lichtbundel
Uitspraak
Woordafbreking
  • licht·bun·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichtbundel lichtbundels
verkleinwoord lichtbundeltje lichtbundeltjes

Zelfstandig naamwoord

lichtbundel m [1]

  1. de verzameling van lichtstralen die allen afkomstig zijn van één bron en min of meer hetzelfde doel hebben
    • "Ga een keer met me mee. Als je weet waar je op moet letten en de verhalen uit de natuur kent leef je continu in een film. Als ik op een festival een optreden niet zo goed vind, ga ik naar boven kijken. Je ogen wennen aan de duisternis en dan zie je opeens de vleermuizen door de lichtbundels schieten. Weleens een druppeltje gevoeld en gedacht: het gaat regenen? Als het droog blijft, was het vleermuizenpis."[2] 
    • 'Mag er even een spotje op?', vraagt Gisela May aan de technicus van het Berliner Ensemble. Een felle lichtbundel belicht het wapen met daarin de Pruisische adelaar, pronkend bovenin de vergulde lijst van het toneel. Er is een rood kruis overheen geschilderd, in dikke vette strepen. 'Dat heeft Brecht nog laten doen', zegt May met nauwelijks verholen trots. Rode strepen als teken van verzet tegen het burgerlijke, Pruisische theater waaraan Brecht geen enkele boodschap had. En May heeft er nog steeds geen boodschap aan. [3]  
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia Ton Voermans 21 september 2015, 08:15
  3. Volkskrant Hein Janssen 5 december 2016