lichaamsdeel

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • li·chaams·deel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lichaamsdeel lichaamsdelen
verkleinwoord lichaamsdeeltje lichaamsdeeltjes

Zelfstandig naamwoord

lichaamsdeel o

  1. onderdeel van een lichaam
    • Een arm is een voorbeeld van een lichaamsdeel. 
Hyponiemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie