lewer

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord lewer lewers

Zelfstandig naamwoord

lewer

  1. (anatomie), (voeding) lever
stamtijd
infinitief voltooid
deelwoord
lewer
gelewer
volledig

Werkwoord

lewer

  1. leveren
    «Meer mielies is in die week tot 19 September aan Suid-Afrikaanse silo's gelewer
    Er is in de week tot 19 september meer mais aan Zuid-Afrikaanse silo's geleverd.