Naar inhoud springen

levulose

Uit WikiWoordenboek
levulose
  • le·vu·lo·se
enkelvoud meervoud
naamwoord levulose
verkleinwoord

delevulosev/m

  1. (scheikunde) linksdraaiend D-fructose
     Een isomeer der glucose is de levulose; (…) \[3]
12 %van de Nederlanders;
24 %van de Vlamingen.[4]
  1. A. Gélis
    Untersuchungen über den Zucker, Emil Maximilian Dingler, Augsburg, in: Polytechnisches Journal, jrg. 1861 deel 162 nr. 22, p. 71 n. 17
  2. levulose op website: Etymologiebank.nl
  3. Bronlink geraadpleegd op 20 april 2020 Weblink bron
    A.P. Franchimont
    “Leiddraad bij de studie van de koolstof en hare verbindingen” (1878), E.J. Brill, Leiden, p. 213
  4. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be