levenswater

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·wa·ter
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levenswater
verkleinwoord levenswatertje levenswatertjes

Zelfstandig naamwoord

levenswater o [2]

  1. een sterk alcoholische drank
    • Op slechts 30 minuten van Glasgow vind je Schotlands mooiste whiskystokerij Glengoyne. De stokerij is het hele jaar open en je krijgt er de mogelijk door middel van tours en proeverijen alles te leren over het levenswater van Schotland. Een echte aanrader is de whisky en chocolade tour[3] 
    • Het rappe Frans echoot monotoon tegen de middeleeuwse gewelven, maar een paar feiten blijven toch hangen: armagnac rijpt na het destilleren van zes tot soms meer dan veertig jaar en verliest tijdens dat proces iets van de alcohol aan het hout. Een slok zes jaar oud levenswater komt daardoor een stuk scherper en sterker door dan dat van zeventien jaar. Die armagnac is zacht, rijk en doorleefd.[4] 
  2. de levensgeest
    • In dit onverbloemde, genadeloze boek beschrijft Vorpsi in een collage van miniatuurtjes hoe ze als opgroeiend meisje stukje bij beetje ontdekt hoe 'ons geliefde land'in werkelijkheid een monsterlijke samenleving is, waar leugens regeren en het cynisme alomtegenwoordig is, geïllustreerd in het nationale adagium, 'het levenswater van ons land': 'Wie leeft, haat ik en wie sterft, beween ik.'[5] 
  3. infuusvloeistof
Synoniemen


Gangbaarheid

Verwijzingen