levensvorm

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·vorm
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levensvorm levensvormen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

levensvorm m

  1. de manier van leven van een levend wezen
    • Om continu als monnik te leven, is een levensvorm die maar weinig mensen aanstaat. 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be