levenspartner
Uiterlijk
- Geluid: levenspartner (hulp, bestand)
- IPA: / ˈlevə(n)sˌpɑrtnər / (4 lettergrepen)
- le·vens·part·ner
- samenstelling van leven en partner met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | levenspartner | levenspartners |
| verkleinwoord | - | - |
de levenspartner m
- persoon met wie men het leven deelt
- Het woord levenspartner staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "levenspartner" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 98 % | van de Vlamingen.[1] |
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -s- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 98 %