levenskracht

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·vens·kracht
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord levenskracht levenskrachten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

levenskracht v / m

  1. kracht waarmee de levensverschijnselen zich doen gelden.
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be