levensbelang
Uiterlijk
- le·vens·be·lang
- samenstelling van leven en belang met het invoegsel -s-
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | levensbelang | |
| verkleinwoord |
het levensbelang o
- van zeer groot belang zijnde
- Het hebben van een goede smartphone is voor vluchtelingen vaak van levensbelang.
- ▸ Van levensbelang: "De omvang en reikwijdte van de hittestress is schokkend", zegt zeebioloog Melanie McEnfield tegen persbureau Reuters. "Sommige riffen hadden er tot dusver geen last van en wij dachten dat ze veerkrachtig waren, dat ze het gedeeltelijk afsterven te boven zouden komen."[1]
- Het woord levensbelang staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- ↑
Weblink bron “Meer dan 80 procent van koraalriffen lijdt onder hittestress, mogelijk onherstelbaar” (23 april 2025), NOS