lesuitval

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·uit·val
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesuitval
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lesuitval m

  1. het niet doorgaan van een geplande les
    • Naar aanleiding van de perikelen in het verleden - met onder meer veel lesuitval - kondigde de inspectie enkele jaren geleden al aan de nieuwe onderwijsinstelling extra scherp in de gaten te houden. Gemeten langs de lat van de inspecteur, wordt de school nog altijd omschreven als ‘zwak’. [1] 
    • Het is niet de eerste keer dat de supermarkt maatregelen neemt tegen de overlast van leerlingen van scholen in de buurt. Dit keer is het goed raak en nu weert Nettorama de scholieren de gehele dag. „Het zijn niet één of twee momenten, maar het gaat de hele dag door. Naast de pauzes, hebben klassen veel tussenuren en lesuitval. Dan komen ze hier massaal naar toe”, zegt Sulmann. [2] 
    • Amsterdammer Daams, die sinds 1 augustus als locatiedirecteur fungeert, vertelt dat hij meteen actie ondernam toen hij van de lesuitval hoorde. Navraag leerde hem dat veel leerlingen niet op tijd in de eerste les konden zijn, omdat ze in verband met het winterweer vertraging tijdens de reis hadden opgelopen. [3] 

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen