lesgeld

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • les·geld
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lesgeld lesgelden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lesgeld o

  1. (onderwijs) geld wat je moet betalen voor onderwijs
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.