lering

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ring
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lering leringen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lering v

  1. les, onderwijzing
    • Het schoolreisje is er voor de lering en het vermaak. 
  2. berisping
    • 'Laat dit een goede lering voor je zijn', zei de vader tegen zijn zoon die een ruit had ingetrapt met voetballen. 
Synoniemen
  1. leer, les, onderrichting
Vertalingen

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
70 % van de Vlamingen.

Verwijzingen