lepelaar

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·pe·laar
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lepelaar lepelaars
lepelaren
verkleinwoord lepelaartje lepelaartjes

Zelfstandig naamwoord

lepelaar m

  1. (vogels) Platalea leucorodia op Wikispecies, een steltloper ter grootte van een ooievaar met een lepelvormige snavel
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl