lemper

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Twee lempers.
Uitspraak
Woordafbreking
  • lem·per
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lemper lempers
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

lemper m

  1. (kookkunst) Indonesisch gerecht bestaand uit een rolletje van kleefrijst, gevuld met vleeswaar
     Langs de muur waren tafels neergezet met Indische lekkernijen. Hapjes waarvan werd gezegd dat Hollandse mensen ze niet bliefden. Lemper bijvoorbeeld, dat was te kleverig, soto, te onbekend of tjendol, te glibberig.[1]
     Indisch eten deden we in de jaren vijftig en zestig niet. Een enkele keer werd ik met een lijstje naar Toko Toet op de Beeklaan gestuurd. Risolles, lempers, pasteitjes, cakejes met felle roze en groene kleuren.[2]

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 14 september 2021 Weblink bron Hans Moll “Vreemde neger” (24 maart 2010) op nrc.nl
  2. Bronlink geraadpleegd op 14 september 2021 Weblink bron Jill Stolk “Zonder Indie zou Den Haag Den Haag niet zijn” (16 december 1993) op nrc.nl


Noors

Woordafbreking
  • lem·per
Naar frequentie > 50000

Werkwoord

lemper

  1. verleden tijd van lempe
  2. voltooid deelwoord van lempe
Afgeleide begrippen
  • lemper på
  • lemper seg etter

Zelfstandig naamwoord

lemper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van lempe


Nynorsk

Woordafbreking
  • lem·per

Zelfstandig naamwoord

lemper, mv

  1. onbepaalde vorm nominatief meervoud van lempe