lemma

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lem·ma
enkelvoud meervoud
naamwoord lemma lemma's, lemmata
verkleinwoord lemmaatje lemmaatjes

Zelfstandig naamwoord

lemma o

  1. het eerste woord van een artikel in een woordenboek of encyclopedie
  2. een woordenboekartikel
  3. (wiskunde) een hulpstelling waarvan de juistheid in afwachting van nader bewijs wordt aangenomen
    we maken bij dit bewijs gebruik van het lemma van Farkas sprak professor Timman
Vertalingen


Engels

enkelvoud meervoud
lemma lemmas, lemmata

Zelfstandig naamwoord

lemma

  1. lemma