lekgat

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lek·gat
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lekgat lekgaten
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lekgat o [1]

  1. opening waardoor water of een andere vloeistof kan weglekken

Gangbaarheid

74 % van de Nederlanders;
65 % van de Vlamingen.[2]

Verwijzingen