legerstede

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·ger·ste·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord legerstede legersteden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

legerstede v/m [1]

  1. plaats waar soldaten verblijven
  2. plaats waar men kan slapen, bed
     Terwijl hij ons binnenleidt in deze wet van de apostel en in de studie van het Evangelie en dezelfde dingen zegt die Christus zegt, voegt hij er nog een aansporing aan toe door te zeggen: „Spreekt in uw harten, pijnig uzelf daarover op uw legerstede.” Wat wil deze tekst zeggen?[2]
Synoniemen

Gangbaarheid

69 % van de Nederlanders;
62 % van de Vlamingen.[3]

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Bronlink Weblink bron Johannes Chrysostomus “Rechtbank van het geweten” (20-09-2019), Reformatorisch Dagblad
  3. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be