leerstoel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leer·stoel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leerstoel leerstoelen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leerstoel m

  1. hoogleraarspost
    • De hoogleraar bekleedt een leerstoel met een bepaalde leeropdracht, het onderwerp of vak waarin hij of zij geacht wordt onderwijs te geven en onderzoek te doen. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.[1]

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be