leerplichtig

Uit WikiWoordenboek

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leer·plich·tig
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen leerplichtig leerplichtiger leerplichtigst
verbogen leerplichtige leerplichtigere leerplichtigste
partitief leerplichtigs leerplichtigers -

Bijvoeglijk naamwoord

leerplichtig

  1. het hebben van een leeftijd waardoor hij of zij verplicht is onderwijs te volgen
    • De leerplichtambtenaren controleren of alle leerplichtige kinderen wel naar school gaan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be