leerlooierij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

leerlooierij in Fez in Marokko
Uitspraak
Woordafbreking
  • leer·looi·e·rij
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord leerlooierij leerlooierijen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

leerlooierij v [1]

  1. (leerbewerking) bedrijf waar men dieren huiden bewerkt tot leer
    • De overname van de in november failliet verklaarde leerlooierij Koninklijke Hulshof in Lichtenvoorde is een feit. De nieuwe eigenaar wordt Rompa Tanneries uit Noord-Brabant.[2] 
    • André Denys werd op 6 januari 1948 geboren in Gistel. Hij begon in 1971 met een eigen zaak, een leerlooierij, in Zulte. 'Mijn ouders waren vellen- en huidenhandelaars en op mijn zestiende stuurde mijn vader mij op werkvakantie naar een looierij in Engeland. Ik leerde er huiden te bewerken, en toen dat bedrijf jaren later ook een filiaal in België wou, zijn mijn broer en ik onze kans gegaan. In Zulte stond een lege looierij te koop, en zo zijn we in Oost-Vlaanderen beland', zei Denys in een interview uit 2011. [3] 
  2. het vak van de leerlooier
Synoniemen
Vertalingen

Meer informatie

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 19-03-2014
  3. De Standaard 14/05/2013