leemte

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leem·te
Woordherkomst en -opbouw
  • afgeleid van lam met het achtervoegsel -te [1]
enkelvoud meervoud
naamwoord leemte leemten
leemtes
verkleinwoord leemtetje leemtetjes

Zelfstandig naamwoord

leemte v/m

  1. een plaats waar iets ontbreekt
Vertalingen

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders
94 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. etymologiebank.nl