leegte

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeg·te
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘het leeg-zijn’ voor het eerst aangetroffen in 1847 [1]
  • Afgeleid van leeg met het achtervoegsel -te
enkelvoud meervoud
naamwoord leegte leegtes
leegten
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

leegte v

  1. het leeg en verlaten zijn
    • De Vallei van Verlatenheid bij Graaff-Reinet is vooral indrukwekkend door het enorme gevoel van leegte die men er ervaart. 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
100 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen