leegdrinken

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • leeg·drin·ken
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
leegdrinken
dronk leeg
leeggedronken
klasse 3 volledig

Werkwoord

leegdrinken

  1. overgankelijk de inhoud van iets geheel opdrinken
    • Ze hadden de fles leeggedronken en braken een tweede aan. 

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders
98 % van de Vlamingen.