lediggang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • le·dig·gang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lediggang lediggangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lediggang m [1]

  1. geen bezigheden hebben
     Als ik het niet geheel aan lediggang ga wijden, dan is dat omdat ik voor je moeder wil blijven zorgen.[2]
     Lediggang” staat er boven de column van ds. G. Zomer in het gereformeerd-vrijgemaakte blad Nader Bekeken.[3]
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. A.F.Th. van der Heijden op Wikipedia “Tonio : een requiemroman” (2011), De Bezige Bij op Wikipedia, ISBN 9789023467014
  3. Bronlink geraadpleegd op 16 maart 2022 Weblink bron “Tweede kerkdienst om ledigheid van ”Boer zoekt vrouw” te voorkomen” (31 december 2012), Reformatorisch Dagblad