lazert

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • la·zert

Werkwoord

vervoeging van
lazeren

lazert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Jij lazert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lazeren
    • Hij lazert. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van lazeren
    • Lazert!