lavande
Uiterlijk
- geattesteerd rond 1400 als Middelfrans lavende, misschien afkomstig van Italiaans lavanda "lavendel", ondanks dat deze betekenis daar slechts pas vanaf de 16de eeuw is geattesteerd. Vroeger werd lavendel gebruikt om badwater of pas gewassen wasgoed te parfumeren, vandaar kreeg lavanda "het zich wassen" uiteindelijk ook de betekenis van "lavendel". Een extra probleem met deze hypothese is dat in de 13de eeuw echter al lavendre (Anglo-Normandisch, zie ook Engels lavender) en lavendula (middeleeuws Latijn) waren geattesteerd. [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| lavande | la lavande | lavandes | les lavandes |
lavande v
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| mannelijk / vrouwelijk |
lavande | lavande |
lavande
- ↑ lavande (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.