laufen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Duits

Uitspraak
  • IPA: /ˈlaufn̩/
Woordherkomst en -opbouw
  • Afkomstig van het Oudhoogduitse loufan.
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
laufen
/lau̯fn̩/
lief
/'liːf/
gelaufen
/gə'lau̯fn̩/
volledig

Werkwoord

laufen

  1. lopen
  2. vloeien