latuw

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

1. Een krop latuw.
Uitspraak
Woordafbreking
  • la·tuw
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord latuw -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

latuw v / m

  1. (plantkunde) (voeding) benaming voor planten uit het geslacht Lactuca op Wikispecies en in het bijzonder Lactuca sativa op Wikispecies waarvan de bladeren als groente worden gegeten
    • 't Witte tafelkleed verdween haast onder 'n egaalgespreide laag van room-blanke en licht-bruine paasbroodschilfers, broze bakblaasjes onder 't breken afgestoten en grotere brokken met grillige, spits-getande kanten, te midden waarvan de ontredderde schotel halfhangend stond op z'n in de verzakking geraakt voetstuk van drie in blanke doeken gevouwen paasbroden,wankel fundament, dat heel de avond getorst had vracht van veel symbolieke spijzen: 't gebraden lamsbeen, 't ei, in as gesmoord, 't zoete roersel van appelen-amandelen-suiker-en-wijn, de lange, groen-gekroonde mierikswortel, de andere groenten, latuw en kleurige radijsbolletjes, 't bakje met azijn en zout-water -, alles naar rituele aanwijzing op de schotel gerangschikt. [3]
Synoniemen
Hyperoniemen
Afgeleide begrippen

Gangbaarheid

13 % van de Nederlanders;
21 % van de Vlamingen.[4]

Meer informatie

Verwijzingen