lastbrief

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • last·brief
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lastbrief lastbrieven
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lastbrief m [1]

  1. geschreven opdracht
     Het was de secretaris der Gedeputeerde Staten, met feestelijk ceremonieel opgehaald uit het Collegie aan de Tweebaksmarkt, die reglementair de procuraties innam: op elke, wegens stad of grietenij verstrekte lastbrief hadden Gedeputeerde Staten de visitatie; zonder attest uit het Collegie bleef ieder mandaat krachteloos; pas nadat Hunne Mogenden de rechtmatigheid ervan hadden onderzocht, vastgesteld en bestempeld gaf de op naam gestelde procuratie officieel toegang tot de Statenvergadering die eerst dan ook, te weten aanstaande donderdag, haar zesweekse zitting beginnen kon.[2]
  2. opdracht gegeven door een predikant of kerkenraadslid
     Er zullen ook besluiten moeten worden genomen. Welke? Dat is evident: het daadwerkelijk weigeren van de lastbrieven van zo’n gemeente door een classis. Het is warempel toch geen onschriftuurlijke gedachte om zonden te weren uit de gemeenten van Christus?[3]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Thomas Rosenboom op WikipediaGewassen vlees” op Wikipedia (2014), Em. Querido's Uitgeverij op Wikipedia, ISBN 9789021436173
  3. Bronlink geraadpleegd op 10 mei 2022 Weblink bron Ds. A. C. Uitslag “Situatie in CGK vraagt om handelen synode” (18 juni 2019), Reformatorisch Dagblad