lantaarnpaal

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

lantaarnpaal
Uitspraak
Woordafbreking
  • lan·taarn·paal
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lantaarnpaal lantaarnpalen
verkleinwoord lantaarnpaaltje lantaarnpaaltjes

Zelfstandig naamwoord

lantaarnpaal m

  1. een paal met een lichtbron voor de verlichting van de openbare ruimte
    • Bewoners van de Dokter Schräderlaan in het Brabantse Oisterwijk keken toch wat vreemd op, toen de werkzaamheden voor een nieuwe riolering waren voltooid. De lantaarnpaal die voorheen op het trottoir stond, staat nu plotseling op de rijbaan. Dat dat niet helemaal de bedoeling is, blijkt wel uit het feit dat de paal wordt afgeschermd door een rood-wit waarschuwingsbord. De gemeente Oisterwijk laat in een reactie weten dat het om een tijdelijke situatie gaat. [1] 
    • Overal aan de lantaarnpalen waren slingers van gekleurd papier opgehangen zodat het leek of je onder een geweldig dak van kleurige bladeren liep. [2] 
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. Tubantia Gerben van den Broek en Tom Tacken 07-05-18 Verkeer Oisterwijkse woonwijk moet wel héél vreemd obstakel ontwijken
  2. Herzen, Frank De zoon van de woordbouwer 1970 ISBN 9062805450 pagina 106