lankmoedigheid

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lank·moe·dig·heid
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lankmoedigheid lankmoedigheden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lankmoedigheid v [1]

  1. het veel kunnen verdragen en vergeven
    • Volgens de Twentse pastoor onderscheidt de christelijke gemeenschap op Sri Lanka zich door hun sterk verzoenende houding jegens andere religies. „Ze vormen slechts een kleine minderheid, - zo’n zeven procent van de bevolking- maar zijn zeer verdraagzaam. Zo heb ik het meegemaakt dat tijdens een misviering de buren van het boeddhistische gebedshuis opzettelijk lawaai begonnen te maken om het geluid van biddende christenen te overstemmen. Ik heb bewondering voor hun lankmoedigheid.” [2] 
    • In het gedrag van onze kinderen mogen we ons eigen gedrag ten opzichte van de Heere zien, maar daar mogen we ook Zijn liefde, geduld, lankmoedigheid en genade zien. Uit die Bron mogen we zelf putten om onze kinderen met liefde en geduld op te voeden. Om in de weg van de praktijk onze kinderen te wijzen op Wie God is, Die nog zoveel meer geduld heeft dan wij ooit kunnen opbrengen. [3] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen