landsbelang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lands·be·lang
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landsbelang landsbelangen
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

landsbelang o [1]

  1. van een zaak dat het van groot nut voor het gehele land is
    • De Surinaamse president Desi Bouterse laat de positie van de hoogste baas van het Openbaar Ministerie (OM) toch ongemoeid. Bouterse zegde eerder het vertrouwen in de procureur-generaal op. Na een gesprek dat de twee begin deze week voerden, zou Bouterse omwille van het "hogere landsbelang" zijn standpunt hebben herzien, zo schrijft het lokale medium Starnieuws.[2] 
    • De vriendschap tussen Yunus en de Clintons dateert al van de periode dat Bill Clinton baas van het Witte Huis was. Grassley gaat na of het waar is dat Hillary Clintons ministerie van Buitenlandse Zaken via dreigementen aan het adres van premier Sheik Hasina het Bengalese onderzoek heeft proberen te saboteren. Als die interventie er kwam uit eigenbelang in plaats van landsbelang, Yunus was een gulle donor van de Clinton Foundation, ‘zou dit onaanvaardbaar zijn’, aldus de Republikeinse senator uit Iowa.[3]  
Antoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. Tubantia 13 juli 2017
  3. De Standaard 8 juni 2017