landman

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • land·man
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord landman landmannen
verkleinwoord landmannetje landmannetjes

Zelfstandig naamwoord

landman m

  1. (verouderd) een plattelandsbewoner
    • De landman zegt hem altijd gedag als hij langsfietst. 

Gangbaarheid

91 % van de Nederlanders;
83 % van de Vlamingen.