lamszadel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lams·za·del
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord lamszadel lamszadels
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

lamszadel o

  1. (vleeswaren) rugstuk van een lam
     Lamszadel van de Belle-Vue hoeve, Alexandre et Véronique Dupont, krokant, gekonfijt aardappeltaartje[1]
Hyperoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
76 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Bronlink Weblink bron edm “Wat kan je eten in een sterrenrestaurant?” (21/11/2011), De Standaard