lammeren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam·me·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
lammeren
lammerde
gelammerd
zwak -d volledig

Werkwoord

lammeren

  1. inergatief, (veeteelt) (van ooien en geiten) het werpen van jongen
Synoniemen
Anagrammen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

lammeren mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord lam

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
93 % van de Vlamingen.