lamme

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • lam·me
enkelvoud meervoud
naamwoord lamme lammen
verkleinwoord lammetje lammetjes

Zelfstandig naamwoord

lamme v/m

  1. iemand die verlamd is
    • Voor de ingang zat een lamme te bedelen. 

Bijvoeglijk naamwoord

lamme

  1. verbogen vorm van de stellende trap van lam

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders
88 % van de Vlamingen.

Meer informatie